puppy

mannelijk (de)/ˈpʏpi/

Wat is de betekenis van puppy?

puppy betekent: pasgeboren hond, jonge hond

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pasgeboren hond, jonge hond

Voorbeelden van "puppy" in een zin

  • De dagen daarna klampte Vleugelmoer zich aan mij en Clark vast alsof hij een puppy was.

Betekenis en uitleg van puppy

Een puppy is een jonge hond, meestal nog in de fase van speeltijd en ontdekking. Ze zijn schattig, energiek en hebben veel liefde en aandacht nodig om op te groeien tot een goed opgevoede volwassen hond.

Het woord 'puppy' wordt vaak gebruikt wanneer we het hebben over jonge honden, vooral in de eerste maanden van hun leven. In situaties waar mensen praten over het adopteren of opvoeden van een hond, komt dit woord vaak ter sprake. Puppies hebben specifieke behoeften, zoals socialisatie en training, die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling.

Voorbeelden

  • De puppy dartelde vrolijk rond in de tuin, op zoek naar nieuwe avonturen.
  • Na maanden van hard werken en sparen, besloot hij eindelijk een puppy te adopteren.
  • Haar puppy was zo ondeugend dat hij voortdurend schoenen kapot bijt.

Woordoorsprong

Het woord 'puppy' komt van het Franse 'pouppy', dat een verkleinwoord is van 'chien' (hond). Het gebruik van verkleinwoorden in het Frans benadrukt de schattigheid en onschuld van jonge dieren.

Veelgestelde vragen over puppy

Wat is de betekenis van puppy?

puppy betekent: pasgeboren hond, jonge hond

Welk woordgeslacht heeft puppy?

puppy is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van puppy?

Synoniemen van puppy zijn: pup.

Hoe gebruik je puppy in een zin?

Voorbeeld: “De dagen daarna klampte Vleugelmoer zich aan mij en Clark vast alsof hij een puppy was.

Etymologie

*van "puppy", in de betekenis van ‘jonge hond’ aangetroffen vanaf 1950

Vertalingen

Engelspuppy
Franschiot
DuitsWelpe
Spaansperrito, cachorro
Italiaanscucciolo, cagnolino
Portugeesfilhote
Russischщенок
Chinees小狗
Japans子犬
Koreaans강아지
Zweedshundvalp, valp