Putter
mannelijk (de)/ˈpʏtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) golfclub, gebruikt om te putten
- (zangvogels) kleine bontgekleurde vink die vroeger veel om zijn zang in kooitjes werd gehouden, distelvinkHebt u ook de roman "Het puttertje" van Donna Tartt gelezen?
Etymologie
* van putten
Vertalingen
Engelsgoldfinch
Franschardonneret
DuitsStieglitz
Spaansjilguero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek