puur
/pyr/
Wat is de betekenis van puur?
puur betekent: zuiver
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- zuiver
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puren
- gebiedende wijs van puren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puren
Voorbeelden van "puur" in een zin
- Dat is puur geluk.
- Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst.
- Ik puur.
- Puur!
- Puur je?
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zuiver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek