quasimodo
mannelijk (de)/ˌkwaziˈmodo/
Wat is de betekenis van quasimodo?
quasimodo betekent: (religie) (christendom) eerste zondag na Pasen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (christendom) eerste zondag na Pasen
- iemand of iets met een grote bochel of een vergelijkbare afstotelijke vorm
Voorbeelden van "quasimodo" in een zin
- Quasimodo werd als vondeling op de eerste zondag na Pasen (Beloken Pasen, quasimodo) op de trappen van de Notre-Dame gevonden
- Ze krijgt fibromyalgie, een aandoening waarbij de spieren aldoor gespannen zijn. „Ik kom als quasimodo m’n bed uit. ’s Avonds ontspan ik met een jointje.”
- Die moordaanslag op de esthetica werd zo’n succes dat de concurrentie wel moest aanhaken. BMW komt de onsterfelijke verdienste toe dat het door plundering van Koreaans gedachtengoed {{sic!
Etymologie
*[2] (eponiem), van "Quasimodo", een hoofdpersoon uit , van de 19e-eeuwse Franse schrijver
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek