rad
Wat is de betekenis van rad?
rad betekent: (werktuigbouwkunde) wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water
Betekenis
- (werktuigbouwkunde) wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water
- (juridisch), (historisch) strafwerktuig bestaand uit een wiel dat is bevestigd op een houten paal, waarna het gefolterde lichaam van een veroordeelde hierop wordt gelegd
- (Bargoens) grote munt
- (eenheid) SI-eenheid voor hoek (symbool voor radiaal)
- (eenheid) eenheid van geabsorbeerde radioactieve straling (afkorting voor radiation)
Voorbeelden van "rad" in een zin
- De misdadiger werd op het rad gezet.
Betekenis en uitleg van rad
Een rad is een ronde schijf die draait om een as, en wordt vaak gebruikt in machines of voertuigen. Het kan ook verwijzen naar iets wat in beweging is, zoals 'de radertjes in mijn hoofd die draaien' wanneer je nadenkt.
Het woord 'rad' wordt vaak gebruikt in technische en mechanische contexten, bijvoorbeeld bij fietsen of auto's. Daarnaast kan het ook figuurlijk gebruikt worden om de dynamiek van ideeën of gedachten te beschrijven. Het heeft een praktische toepassing in zowel het dagelijks leven als in gespecialiseerde vakgebieden.
Voorbeelden
- De fiets liep vast omdat het achterwiel niet goed om het rad draaide.
- Tijdens de vergadering draaiden de radertjes in mijn hoofd terwijl ik nadacht over een oplossing.
- De oude watermolen werd aangedreven door een groot rad dat in de rivier draaide.
Woordoorsprong
Het woord 'rad' komt van het Oudgermaanse 'rōdaz', wat 'ronde' of 'cirkel' betekent, en heeft verwante termen in verschillende Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over rad
Wat is de betekenis van rad?
rad betekent: (werktuigbouwkunde) wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water
Hoeveel betekenissen heeft rad?
rad heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft rad?
rad is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je rad in een zin?
Voorbeeld: “De misdadiger werd op het rad gezet.”
Etymologie
*[B] In de betekenis "snel, vlug" voor het eerst aangetroffen in de 15e eeuw. Mogelijk verwant met rad "wiel", het bijvoeglijk naamwoord ras en rennen . Te herleiden tot PIE *raþa-.
Uitdrukkingen
- Het slechtste rad maakt het meeste geraas — Wie het minste van een zaak af weten, zijn juist geneigd het meest hierover te roeptoeteren (vgl. de beste stuurlui staan aan wal)
- Het vijfde rad aan de wagen — Gezegd van iemand die of iets wat ergens prima bij gemist kan worden
- Iemand een rad voor de ogen draaien — Iemand op gemene, slinkse wijze bedriegen of misleiden
- Voor galg en rad opgroeien — Vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt
- Rad van tong zijn — Veel, snel en/of goed kunnen praten, welbespraakt zijn