rail
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van rail?
rail betekent: een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
- (spoorwegen) een baan waar een railvoertuig over rijdt
- een metalen richel waarover een deur of luik kan schuiven
- een metalen richel waarover een gordijn dat aan wieltjes hangt, kan rollen
Voorbeelden van "rail" in een zin
- Een trein rijdt op rails.
- Het vervoer vond plaats per rail.
- Een schuifdeur loopt over een rail.
- De rail voor het gordijn zit boven het raam bevestigd.
Etymologie
* Van rail "lat, dwarshout". In de betekenis van ‘spoorstaaf’ voor het eerst aangetroffen in 1839
Vertalingen
Engelsrail, railway, railroad
Fransrail, rail, tringle de rideau
DuitsSchiene, Bahn, Eisenbahn
Spaansrail, raíl, riel
Italiaansrotaia, binario, ferrovia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek