spoor

onzijdig (het)/spor/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) twee met elkaar verbonden ijzeren staven waarover een trein of tram rijdt
  2. spoorwegen (spoorwegen) spoorwegmaatschappij
    Het is een mooie dag om met het spoor naar Zandvoort te gaan.
  3. vooraf gemaakte doorgang door een verder ongebaand terrein (ook fig.)
    Ik was blij dat ik ook mijn ijsbijl bij me had waarmee ik me, indien nodig, kon zekeren en een nieuw spoor door de sneeuw kon maken.
  4. afdruk; teken dat iemand ergens is of is geweest
    In de sneeuw waren de sporen te zien van enige konijnen.
    Wanneer ik beneden kom, is er nog steeds geen spoor van Gijs.
    Het zal u zijn opgevallen dat het hotel hier en daar sporen vertoont van achterstallig onderhoud. We hebben nu eenmaal niet zoveel gasten meer als vroeger. Ook daaraan wil meneer Wang iets doen. Hij streeft naar een volle bezetting.
  5. techniek (techniek) deel van een magneetband waarop de informatie van één kanaal is vastgelegd
  6. techniek (techniek) afstand tussen twee op dezelfde as staande wielen
  7. biologie (f) (m) (biologie) voortplantingsorgaan bij schimmels en bacteriën, spore
  8. (f) (m) hol uitsteeksel aan de voet van een kelkblad, kroonblad of vergroeide kroon
  9. (f) (m) metalen punt of getand wieltje aan de hiel van de rijlaars
    Hij gaf het paard de sporen.
  10. (f) (m) doornachtige uitsteeksel aan de poten van mannelijke, hoenderachtige vogels
    Deze haan heeft gevaarlijke sporen.
  11. figuurlijk (figuurlijk) een zeer kleine hoeveelheid van iets, of een vage aanwijzing dat ergens sprake van is
    Aantijgingen zonder ook maar een spoor van bewijs.

Etymologie

* In de betekenis van ‘prikkel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1080

Uitdrukkingen

  • Het spoor bijster zijnDe weg niet meer weten
  • Iemand op het goede spoor zettenGoede raad geven
  • Iets op het spoor zijnIets dat men zoekt bijna gevonden hebben
  • In het rechte spoor houdenErvoor zorgen dat iemand geen verkeerde dingen doet
  • Zijn sporen verdiend hebbenZijn bekwaamheid bewezen hebben

Vertalingen

Engelstrack, spore, zarodnik
Fransvoie
DuitsGleis
Spaansraíl de ferrocarril, vía, espora
Poolstor
Zweedsspår, spår