rammel

mannelijk (de)/ˈrɑməl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een of meer klappen bij een bestraffing of in een gevecht
    Overvaller kreeg pak rammel van passant
  2. speelgoed (speelgoed) voorwerp met loszittende delen dat aan een handvat is bevestigd, zodat het bij zwaaien een onregelmatig geluid voortbrengt
    Het kind zwaaide opgetogen met zijn rammel.
  3. dierkunde (dierkunde) mannelijk konijn
    Dat grote konijn is een rammel.

Etymologie

*: "rammelen" zonder de uitgang -en