rammel
mannelijk (de)/ˈrɑməl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een of meer klappen bij een bestraffing of in een gevechtOvervaller kreeg pak rammel van passant
- (speelgoed) voorwerp met loszittende delen dat aan een handvat is bevestigd, zodat het bij zwaaien een onregelmatig geluid voortbrengtHet kind zwaaide opgetogen met zijn rammel.
- (dierkunde) mannelijk konijnDat grote konijn is een rammel.
Etymologie
*: "rammelen" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek