randen
/ˈrɑndə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (verouderd) tekeergaan (van honden)
Etymologie
*[B]: van Middelnederlands "ranten", in het Germaans afgeleid van de stam van "rennen" met een "iteratief" achtervoegsel -t/d,
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*[B]: van Middelnederlands "ranten", in het Germaans afgeleid van de stam van "rennen" met een "iteratief" achtervoegsel -t/d,