rasp
Wat is de betekenis van rasp?
rasp betekent: (gereedschap) een grofgetande vijl die wordt gebruikt om rondingen aan hout te maken
Betekenis
- (gereedschap) een grofgetande vijl die wordt gebruikt om rondingen aan hout te maken
- (gereedschap) (huishouden) een keukengereedschap voor het fijn maken van kaas, nootmuskaat, citrusschil e.d
- raspsel
Voorbeelden van "rasp" in een zin
- Ik liep als het ware met een rasp in mijn achterste (chafing noemen ze dat in Amerika) wat verschrikkelijk veel pijn deed, het was alsof ik in brand stond.
Betekenis en uitleg van rasp
Een rasp is een handgereedschap dat gebruikt wordt om materialen zoals hout of kaas in fijne deeltjes te verdelen. Het heeft een ruwe, schurende oppervlakte en is ideaal voor het creëren van een bepaalde textuur of voor het verwijderen van overtollig materiaal.
Je gebruikt een rasp vaak in de keuken tijdens het bereiden van gerechten, bijvoorbeeld om kaas of citroenschil te raspen. Maar ook in de houtbewerking komt de rasp van pas, waar hij helpt bij het vormgeven van houten voorwerpen. Het woord kan ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld om iets aan te duiden dat irritant of schurend is.
Voorbeelden
- Tijdens het koken besloot ik wat Parmezaanse kaas te raspen voor over de pasta.
- De timmerman gebruikte een rasp om de scherpe randen van het hout glad te maken.
- Het geluid van de rasp tegen het hout maakte het werken in de schuur een stuk minder aangenaam.
Woordoorsprong
Het woord 'rasp' komt van het Middelnederlandse 'raspen', wat 'schrapen' of 'afschrapen' betekent.
Veelgestelde vragen over rasp
Wat is de betekenis van rasp?
rasp betekent: (gereedschap) een grofgetande vijl die wordt gebruikt om rondingen aan hout te maken
Hoeveel betekenissen heeft rasp?
rasp heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft rasp?
rasp is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je rasp in een zin?
Voorbeeld: “Ik liep als het ware met een rasp in mijn achterste (chafing noemen ze dat in Amerika) wat verschrikkelijk veel pijn deed, het was alsof ik in brand stond.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vijl’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1546