regenbui

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) een tijdelijke periode van regen ten gevolge van het overtrekken van een wolkenveld
    De tuin kon wel een regenbuitje gebruiken.
    Ik trok mijn handen van de toetsen af en keek naar Cloë. Haar gezichtje werd rood en alsof er iets achter haar ogen knapte, sprongen er tranen uit. In één tel veranderde haar gezicht in een regenbui. {{Aut|Sandes, David
    Voor Lauritz was het licht minder romantisch. In de midzomertijd werd als het weer het toeliet het hooi binnengehaald op Osteroy. Of liever gezegd, als het weer het toeliet werkte je dag en nacht zonder ophouden om klaar te zijn voor de volgende regenbui.

Vertalingen

Engelsshower
Fransaverse
DuitsRegenschauer
Spaanschaparrón, chubasco
Italiaanspioggia
Portugeespancada de chuva
Zweedsregnskur, regnby