reisdoel
onzijdig (het)/'rɛisdul/
Wat is de betekenis van reisdoel?
reisdoel betekent: de bestemming van een reis, plaats van bestemming
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de bestemming van een reis, plaats van bestemming
Voorbeelden van "reisdoel" in een zin
- In Bulgarije kan een blind paard geen schade doen, dus daar gaan jongeren naartoe voor hun zuipvakanties. Vreemd genoeg blijkt het ook het favoriete reisdoel van 50Plus-aanhangers, zegt de vliegvakantieboer. Dat wordt een schok voor de jonge bierkratstapelaars, als opa en oma straks hun tentje opslaan op de zuipcamping.de Telegraaf 09 mrt. 2017
- Op de Koerdische zender K24 weet X. het mooi te vertellen: „We hadden net onze zoon Abdullah gekregen en toen zei mijn man: laten we op vakantie gaan, wat uitrusten. Hij zei niet dat we naar Syrië gingen. Hij dwong me om mee te gaan. Ze zetten me daar in een huis dat werd bewaakt door mannen met baarden en geweren.” Dat was een leugen. X. wist drommels goed van het reisdoel.de Telegraaf SILVAN SCHOONHOVEN 06 jan. 2017
Vertalingen
Engelstrip purpose, destination
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek