reisweg
mannelijk (de)/ˈrɛiswɛx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- reeks plaatsen waarlangs welke plaatsen je een bestemming bereikt
- (figuurlijk) wat iemand in zijn leven heeft meegemaakt, voorafgaande reeks gebeurtenissen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek