reserve

mannelijk/vrouwelijk (de)/rəˈzɛrvə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die of iets wat voor later gebruik opzijgezet is of wordt
    De reserves waren door de tegenvallers aardig geslonken.
    Na het nemen van de afslag ziet de weg naar boven er nog even mild uit, maar dan begint het asfalt al snel te welven. Er is minder dan een handvol haarspeldbochten, maar de hellingsgraden slopen de eerste reserves uit de benen.
  2. voorbehoud, omzichtigheid, terughoudendheid
  3. militair (militair) deel van het leger dat niet in actieve dienst is
  4. economie (economie) deel van de winst dat niet als dividend wordt uitgekeerd, maar wordt opgespaard om onvoorziene uitgaven te dekken
  5. juridisch (juridisch) (België) deel van de nalatenschap van de overledene dat door de wet, bij zijn overlijden, wordt voorbehouden voor bepaalde erfgenamen
  6. sport (sport) iemand die eventueel een uitvaller vervangt

Vertalingen

Spaansrecato, reserva