resideren

/rezi'derən/

Betekenis

werkwoord
  1. ergens in luxe wonen of verblijven
    P. B. en haar man A. resideren al een tijdje op het Spaanse eiland Ibiza in een villa met oprijlaan. En dat weggetje - inclusief automatisch schuifhek - is dé plek om de twee schoothondjes van het stel eens goed te laten uitwaaien. Tubantia Tom Tates 02-juli-2017
  2. ergens beroepshalve gevestigd zijn
    In de loop van het jaar krijgen residerende kunste-naars in werkplek De Groenplaats van kunstencentrum KAAP de kans om vrijuit te experimenteren. Voor wie er zich van wil vergewissen dat die theatermakers, choreografen, performers en muzikanten daar meer doen dan diep nadenkend espresso’s slurpen, pakt het cultuurhuis onder de noemer X-TRACT vier dagen uit met hun artistieke creaties. de Standaard ZATERDAG 7 OKTOBER 2017
  3. ergens hof houden
    Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een paus en een emeritus paus beiden in Vaticaanstad resideren. NRC 3 mei 2013

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelsbe established