zetelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. zitten
    De koning zetelt in zijn troon.
  2. als parlementslid werken
    Hij zetelde tot 2012 in de Tweede Kamer.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het zetelen in de tweede betekenis erin.
  4. enz.

Etymologie

*Afgeleid van zetel