retarderen

/ˌretɑrˈderə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) langzamer laten voortgaan of tijdelijk tot stilstand brengen
    De passages waarin Ten Berge de winterse gesteldheid in Zuidveen beschrijft behoren overigens tot de mooiste van het boek en retarderen de ontknoping, die er in het tweede kapittel van het laatste hoofdstuk zal komen.
  2. erga (erga) te langzaam voortgaan, zich vertraagd ontwikkelen
    We geven nu ook hielprikjes aan baby’s, om vast te stellen of ze de aanleg hebben voor een stofwisselingstoornis, die maakt dat ze mentaal ernstig zullen retarderen.

Etymologie

* van "retarder"