retraite
vrouwelijk (de)/rəˈtrɛːtə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- afzondering voor spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het terugtrekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1581
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek