retriever
mannelijk (de)/riˈtriːvər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- jachthond die het geschoten wild apporteert (naar de jager brengt)
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1940
Vertalingen
Engelsretriever
Fransretriever
DuitsRetriever
Spaansperro cobrador
Portugeesretriever
Poolsretriever
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek