reu
mannelijk (de)/rø/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mannelijke hond
Etymologie
* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘mannetjeshond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Vertalingen
Engelsmale dog
Franschien
DuitsRüde
Spaansperro macho
Italiaanscane
Portugeescão, cães
Russischпёс
Poolspies
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek