reuzel

mannelijk (de)/ˈrøzəl/

Wat is de betekenis van reuzel?

reuzel betekent: (voeding) verkregen door uitsmelting van varkensvet

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) verkregen door uitsmelting van varkensvet

Voorbeelden van "reuzel" in een zin

  • reuzel werd dikwijls door mijnwerkers gebruikt als broodbeleg

Betekenis en uitleg van reuzel

Reuzel is een soort vet dat wordt verkregen uit het spek van een varken. Het is een natuurlijk vet dat vaak gebruikt wordt in de keuken, vooral voor het bakken en braden, en geeft een rijke, hartige smaak aan gerechten.

Het woord reuzel wordt vaak gebruikt in de context van traditioneel koken, vooral in de Nederlandse en Vlaamse keuken. In sommige streken is het ook een belangrijk ingrediënt voor het maken van bijvoorbeeld paté of andere vleeswaren. Het heeft een nostalgische connotatie, omdat het vaak wordt geassocieerd met ambachtelijk voedsel en regionale recepten.

Voorbeelden

  • De chef maakte een heerlijke stoofpot met reuzel, wat de smaken extra diepte gaf.
  • Oma gebruikte altijd reuzel om haar pannenkoeken extra luchtig en krokant te maken.
  • In het recept stond dat je reuzel moest toevoegen voor een authentieke smaak.

Woordoorsprong

Het woord reuzel komt van het Middelnederlandse 'reuzel', wat verwant is aan het Oudhoogduitse 'ruoz' dat ook vet of spek betekent.

Veelgestelde vragen over reuzel

Wat is de betekenis van reuzel?

reuzel betekent: (voeding) verkregen door uitsmelting van varkensvet

Welk woordgeslacht heeft reuzel?

reuzel is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van reuzel?

Synoniemen van reuzel zijn: smout.

Hoe gebruik je reuzel in een zin?

Voorbeeld: “reuzel werd dikwijls door mijnwerkers gebruikt als broodbeleg

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands rōsel, rēsel, ontwikkeld uit Oergermaans *rusila- ‘vet’, verkleineringsvorm uit *rus- (waaruit Deens ros ‘snipper, afval’, Noors dial. ros, rys ‘visschub’, rus ‘dunne schil’), bij Indo-Europees *reus- ‘puin’, waartoe ook Servo-Kroatisch rȕšiti ‘verwoesten; stukscheuren’ en Tochaars A räsw-, B räss- ‘afscheuren, uitrukken’ behoren. Evenals Oudsaksisch rusal ‘stuk vet’, Oudengels rysel ‘vet, reuzel’ en Fries ri(e)zel ‘reuzel’.

Vertalingen

Engelslard
Franssaindoux
DuitsSchmalz
Spaansmanteca de cerdo
Italiaansstrutto
Portugeesbanha
Russischсма́лец
Chinees豬油
Japans豚脂, ラード
Koreaans라드
Poolssmalec
Zweedsister