ricotta

mannelijk (de)/riˈkɔta/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) op kwark lijkend Italiaans zuivelproduct met een zachte smaak en een kruimelige structuur die is ontstaan bij de boeren als nevenproduct bij het kaasmaken. De wei die overblijft na het maken van de kaas wordt opnieuw gekookt en zo verkrijgt men de sneeuwwitte, een beetje korrelige kaas met zachte smaak.

Etymologie

*van "ricotta"

Vertalingen

Fransricotta
Spaansricota, ricotta
Italiaansricotta