rijstpap

mannelijk (de)/ˈrɛis(t)pɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) gerecht van rijst met melk gekookt (en die men b.v. kan eten door het met bruine suiker en kaneel te bestrooien)
    In de hemel eten ze rijstpap met gouden lepeltjes.