rijven

/ˈrɛivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. harken, bij elkaar halen, opruimen
    De kamer moet nodig gereven.
  2. de zeilen inkorten
  3. verouderd, voeding (verouderd) (voeding) met een rasp ergens kleine stukjes vanaf halen
  4. verouderd (verouderd) (alleen zwak verbogen) onder iets wegkruipen

Etymologie

*[3] onder invloed van wrijven, herkomst [4] is onduidelijk

Vertalingen

Engelsrake
Fransratisser, râteler
Duitsharken
Spaansrastrillar