ritmiek

vrouwelijk (de)/rɪtˈmik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) leer van de patronen in de tijdsduur van noten
  2. herkenbaarheid van een patroon in de tijdsduur van noten of geluiden

Etymologie

*van "Rhythmik" of afgeleid van "ritme"

Vertalingen

Engelsrhythmics
Fransrythmique
DuitsRhythmik, Rhythmus
Spaansrítmica