rivaal

mannelijk (de)/riˈval/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand met wie men wedijvert voor het bereiken van een bepaald doel
    Van oudsher zijn de voetbalclubs elkaars grote rivalen.
    Gevaarlijke rivalen voor Waylon. Niet dat deze windkracht 8-ballade nou zo verheffend is, maar Roemenië overleefde alle halve finales waaraan het ooit deelnam. Tactisch verdeelde stemkracht waarschijnlijk, die zelfs een act vol gemaskerde etalagepoppen naar de eindstrijd helpt. Tubantia exalting [https://www.tubantia.nl/show/ad-strooit-met-sterren-hoge-scores-voor-australieneuml-zweden-eneacute-n-waylon~abf316e8/ AD strooit met sterren: hoge scores voor Australië, Zweden én Waylon]
    Nu Erdogans belangrijkste rivaal achter de tralies is gezet, helt het land echter gevaarlijk over naar autocratie.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/26/eu-mag-de-ogen-niet-sluiten-voor-erdogans-aanval-op-rechtsstaat-a4887619 www.nrc.nl (26 mrt 2025)]

Etymologie

*van "rival", in de betekenis van ‘mededinger’ aangetroffen vanaf 1669

Vertalingen

Engelsrival