Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
roastbeef
mannelijk (de)/ˈros(t)bif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) (mooi rosé) geroosterd of gebraden rundvlees. Het kunnen stukken uit de dikke lende zijn, delen van de bovenbil, maar ze kunnen ook uit de schouder zijn gesnedenMaar Stepan Arkadjevitsj gunde hem blijkbaar het genoegen niet de gerechten in het Frans te noemen. Groentesoep, versta je... Dan tarbot met dikke saus, dan... roastbeef, en zorg ervoor dat het in orde is.
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek