roe
mannelijk/vrouwelijk (de)/ru/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bundel takken waarmee geslagen kan wordenHij sleurde de abt bij zijn haren uit het smalle bed, smeet hem op de vloer en sloeg hem met een roe waar hij hem raken kon, onder het zingen van het lied 'O Pastor Alterne'.
- een ronde of platte metalen buis waarmee traplopers, gordijnen e.d mee worden vastgezet
Vertalingen
DuitsRute
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek