Roede
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrudə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bundel takken waarmee geslagen kan worden'Een schrik voor de meisjes. Toch was die roede warempel geen verbeelding.
- holle of massieve (metalen) staaf
- (eenheid), (verouderd) lengtemaat die qua afmeting verschilde van plaats tot plaats
- (eenheid), (verouderd) oppervlaktemaat die qua afmeting verschilde van plaats tot plaats
- (eenheid), (verouderd) inhoudsmaat die qua omvang verschilde van plaats tot plaats
- (figuurlijk) penis
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "ruoda", in de betekenis van ‘stok’ aangetroffen vanaf de 10e eeuw
Vertalingen
Engelsrod, wand
DuitsRute
Spaansbarra, vara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek