roeping
vrouwelijk (de)/'rupɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een taak waarvoor een persoon zich verplicht voelt, vaak met religieuze invloedDe roeping van moeder Theresa was er al op jonge leeftijd.
Etymologie
* van roepen .
Vertalingen
Engelsvocation
Fransvocation
DuitsBerufung
Spaansvocación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek