roeping

vrouwelijk (de)/'rupɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een taak waarvoor een persoon zich verplicht voelt, vaak met religieuze invloed
    De roeping van moeder Theresa was er al op jonge leeftijd.

Etymologie

* van roepen .

Vertalingen

Engelsvocation
Fransvocation
DuitsBerufung
Spaansvocación