roesten
/ˈrustə(n)/
Wat is de betekenis van roesten?
roesten betekent: het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
Betekenis
werkwoord
- het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
- door roest vast gaan zitten
- (kippen) op stok zitten
- (biologie) het in groepen doorbrengen van de nacht van vliegend wild
zelfstandig naamwoord
- (steeltjeszwammen) een klasse binnen het rijk van de schimmels (), behorend tot de stam van . Roesten veroorzaken ziekten bij planten. De schimmels tasten het blad aan. Ze komen onder andere voor op granen, gras en prei. In Nederland komen ongeveer 200 roestschimmels voor. De levenscyclus bestaat uit vijf stadia, die op twee verschillende waardplanten doorlopen worden
Voorbeelden van "roesten" in een zin
- Auto's roesten snel als zij aan wegenzout worden blootgesteld.
- "Het zal me aan mijn reet roesten!" zei de eigenaar van het pand.
- De kippen waren rustig aan het roesten.
- Die kauwen roesten altijd in de bomen achter het huis.
Etymologie
*Afgeleid van roest.
Vertalingen
Engelsrust, rust, roost
Fransrouiller, s'incruster, percher
Duitsverrosten, rosten, einrosten
Spaansoxidarse, incrustarse, posarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek