rokade

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schaak (schaak) zet in een schaakspel waarbij de koning en een toren van plaats ten opzichte van elkaar veranderen
    Er zijn twee rokades mogelijk, een korte en een lange.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dubbele zet in schaakspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1875

Vertalingen

Engelscastling
Fransroque
DuitsRochade
Spaansenroque
Italiaansarrocco
Japansキャスリング
Poolsroszada