romancyclus
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een aantal romans die samen een serie vormenMet hulp van Tonio had ik zelfs, uit mijn voorraden misleidend vergeeld vervalserspapier, een aantal nepmanuscripten samengesteld, stevig met touw samengebonden, en op de schutbladen voorzien van de titels uit 'Homo duplex', een romancyclus in aanbouw.De Nederlandse uitgever van reeks, Sander Knol, is verheugd over het co-auteurschap. "Het verhaal van Pa Salt moet natuurlijk verteld worden. Dat Lucinda's zoon Harry zelf de romancyclus zal afronden past natuurlijk bij de magie van de serie, waarin familie en verbondenheid zo'n belangrijke rol spelen."
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek