rommelen
/ˈrɔmələ(n)/
Wat is de betekenis van rommelen?
rommelen betekent: aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
Betekenis
werkwoord
- aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
- laag geluid maken
- stiekem vrijen, elkaar liefkozen
- niet helemaal eerlijk handelen
- (onpr) (meteorologie) hoorbaar donderen op enige afstand
- (onpr) (figuurlijk) heersen van ruzies of spanningen
Voorbeelden van "rommelen" in een zin
- Hij rommelde wat in de schuur in afwachting van het belangrijke telefoontje.
- Hij had jaarlijks niet meer dan 800 euro aan vaste lasten en rommelde wat aan in de bouw.
- De donder rommelde wat in de verte.
- We rommelden niet zoveel in de bioscoop, dat bewaarden we voor het Vasaparken op de terugweg.
- De gemeente rommelt met de belastingen.
Etymologie
*van Middelnederlands """, (klanknabootsing), verwant aan rammelen en rumoer, in de betekenis van ‘een dof geluid maken’ aangetroffen vanaf 1351
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek