rondwandeling
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een wandeling waarbij het eindpunt hetzelfde is als het beginpunt'Anders dan Tsjechov in zijn correspondentie beweert, zijn de Tomskenaars juist ordelijk en proper, zeggen een paar oudere Siberiërs die ik er tijdens mijn rondwandeling naar vraag.Maar praten doen de dorpsbewoners niet of nauwelijks meer over Jasper S. Het leven is verder gegaan in het nuchtere Friese dorp, blijkt bij een rondwandeling over de stille boerenwegen. Degenen die dat wel doen, willen niet met naam en toenaam in de media worden genoemd. Het dorp is klein, men kent elkaar.Het nieuwe Klompenpad in Eerbeek gaat op vrijdag 25 februari open voor wandelaars. Het Eertbeeckse Beekpad is een rondwandeling van 16 kilometer door het buitengebied van Eerbeek. Het startpunt van het Klompenpad is bij De Korenmolen aan de Kanaalweg.
Etymologie
* van rondwandelen
Vertalingen
Engelsstroll
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek