rooklucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lucht die ruikt naar rook
    Een aantal rokers binnen mijn bedrijf doet mee met ‘Stoptober’; zij willen graag van het roken af. Niet-rokers irriteren zich steeds meer aan de rooklucht en de rookpauzes van de rokers. Ik zou mijn bedrijf best graag rookvrij willen hebben, kan dat?de Telegraaf EDITH VAN SCHIE, ARBEIDSRECHTJURIST XPERTHR 03 okt. 2017
    Tussen de wijnvelden en de heuvels hangt een rooklucht, de brandweer rijdt nog af en aan. Vakantiegangers mochten donderdagmiddag weer terug naar Camping du Domaine, maar blijven de lucht afspeuren op rookpluimen.de Telegraaf EVELINE BIJLSMA 27 jul. 2017

Vertalingen

Engelssmell of smoke