rookpot

mannelijk (de)/'rokpɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apparaat of bus gevuld met een speciaal mengsel dat bij ontsteking een grote hoeveelheid dichte, grijze rook produceert, bedoeld om zicht te belemmeren (rookgordijn), te markeren (signaleringsrookbom in scheepvaart) of gewoon voor plezier (fun-rookbom), vaak gezien bij oproer (als rookbom) of als militair hulpmiddel