rookschade
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈroksxadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schade die is ontstaan door de rook van een brand maar niet door de vlammen zelfDe brand brak rond 20 uur uit in een serviceflat aan de Tichelrei in Gent. Het ging om een accidentele brand, maar het vuur verspreidde zich snel. De serviceflat brandde uit en ook de andere flats liepen rookschade op. Het medisch interventieplan werd afgekondigd en er werden 65 bewoners geëvacueerd. Drie personen werden naar het ziekenhuis gebracht na rookinhalatie, maar het ging om lichte verwondingen. De toestand is momenteel onder controle. de Standaard 24/september/2017 door rdcDe brandweer kon de man met behulp van een ladder van de eerste verdieping bevrijden. Hij bleek ongedeerd. De brand was snel onder controle. Wel is er veel rookschade in het hele huis. Oorzaak van de brand was een frituurpan op het vuur. Tubantia 05-oktober-2017
Vertalingen
Engelssmoke damage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek