router

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica, techniek (informatica), (techniek) apparaat dat dient om verschillende computernetwerken met elkaar te verbinden, opererend op laag 3 van het OSI-model
    Een draadloze router verbindt al mijn computers met het internet.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels