routine
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een reeks handelingen die, vaak zonder te hoeven nadenken, kan worden verricht door een verkregen vaardigheid
- telkens terugkerende bezigheden
- subroutine
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vaardigheid, sleur’ voor het eerst aangetroffen in 1781
Vertalingen
Engelsroutine
Spaansrutina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek