ruik

/rœʏk/

Wat is de betekenis van ruik?

ruik betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruiken

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruiken
  2. gebiedende wijs van ruiken
  3. woorden met boekreferenties tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruiken

Voorbeelden van "ruik" in een zin

  • Ik ruik.
  • Ruik!
  • Ruik je?
  • Ik ruik vis.