ruimschoots

ˈrœymsxots

Wat is de betekenis van ruimschoots?

ruimschoots betekent: op meer dan voldoende wijze

Betekenis

bijwoord
  1. op meer dan voldoende wijze
  2. scheepvaart_in_het_nederlands een koers zeilen waarbij de wind schuin vanachteren staat
bijvoeglijk naamwoord
  1. meer dan voldoende
  2. scheepvaart_in_het_nederlands een koers zeilend waarbij de wind schuin vanachteren staat

Voorbeelden van "ruimschoots" in een zin

  • Hij voldeed ruimschoots aan alle eisen.
  • We zeilden ruimschoots, dus met een bakstagswind.
  • De opbrengst van de inzameling betekende een ruimschootse bijdrage tot de leniging van de nood.
  • We zeilden veel ruimschootse koersen.

Betekenis en uitleg van ruimschoots

Het woord 'ruimschoots' betekent dat iets in grote mate of overvloedig aanwezig is. Wanneer je zegt dat iets ruimschoots voldoende is, dan geef je aan dat er meer dan genoeg van is.

Je kunt 'ruimschoots' gebruiken in situaties waarin je wilt benadrukken dat er geen tekort is aan iets, zoals middelen of tijd. Het woord heeft vaak een positieve connotatie, omdat het aangeeft dat er meer dan genoeg is om aan de behoeften te voldoen. Bijvoorbeeld, je zou kunnen zeggen dat je ruimschoots op tijd bent, wat aangeeft dat je geen haast hebt.

Voorbeelden

  • De organisatie heeft ruimschoots voldoende vrijwilligers om het evenement te laten slagen.
  • Hij had ruimschoots de tijd genomen om zich voor te bereiden op de presentatie.
  • Met de nieuwe voorraad kunnen we ruimschoots voldoen aan de vraag van onze klanten.

Woordoorsprong

Het woord 'ruimschoots' is samengesteld uit 'ruim', wat betekent 'groot of wijd', en een vorm die aangeeft dat het in overvloed is, vergelijkbaar met woorden als 'overvloedig'.

Veelgestelde vragen over ruimschoots

Wat is de betekenis van ruimschoots?

ruimschoots betekent: op meer dan voldoende wijze

Hoeveel betekenissen heeft ruimschoots?

ruimschoots heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je ruimschoots in een zin?

Voorbeeld: “Hij voldeed ruimschoots aan alle eisen.

Etymologie

In de betekenis van ‘rijkelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1787

Vertalingen

Duitsreichlich
Engelsamply, abundantly
Fransamplement, largement, abondamment
Spaanslargamente