rustuur
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode die men gebruikt om uit te rustenOok met douchen moest mijn bezoek mij helpen, waarna ze nog werden weggestuurd ook. Omdat het rustuur was. Dat ik al een halve dag lag te wachten om gewassen te worden, werd maar even vergeten. En zo kan ik nog wel even doorgaan.Minister Opstelten wil af van de bijzondere arbeidstijdenregeling van de politie. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal vrije zondagen, de lengte van werkdagen en verplichte rusturen. Volgens de minister en een kamermeerderheid gaat de regeling ten koste van de inzetbaarheid van agenten.‘Doel van deze recordbrekende vlucht is om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren op passagiers en de crew op een ultralange vlucht om de gezondheid en het welzijn te verbeteren, de jetlag te beperken en de beste werk- en rusturen van de crew te bepalen’, aldus Quantas.
Vertalingen
Engelsresting-hour
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek