ruwbouw
mannelijk (de)/ˈrywbɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) het opbouwen van een bouwwerk, voordat installaties en afwerking worden aangebracht
- (bouwkunde) bouwwerk waarvan de constructie staat, maar dat nog afgewerkt moet worden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek