sabel

mannelijk (de)/ˈsabəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) een slag- en steekwapen, van oudsher in gebruik bij de cavallerie, nu onder meer gebruikt in de schermsport
  2. gereedschap (gereedschap) een werktuig voor het bewerken van stenen
  3. kleding (kleding) bont van de sabelmarter
  4. heraldiek (heraldiek) de kleur zwart

Etymologie

*[B] Leenwoord uit het Oudslavisch of Oudrussisch, in de betekenis van ‘zwart bont, sabelbont’ voor het eerst aangetroffen in 1260

Vertalingen

Spaanssable