sabelhouw
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- slag met een sabelDe officier viel, niet zozeer door de sabelhouw, die hem slechts licht boven de elleboog verwondde, als wel door de schok van het paard en uit angst.Wijnmaker Daniel le Brun was naar Zwolle gekomen om via de techniek van het 'desabreren' (sabelhouw scheidt kurk van fles) het ambassadeurschap van de Boeren te bezegelen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek