safari
mannelijk/vrouwelijk (de)/saˈfari/
Wat is de betekenis van safari?
safari betekent: expeditie in de wildgebieden in Afrika
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- expeditie in de wildgebieden in Afrika
Voorbeelden van "safari" in een zin
- We zijn naar Kenia op safari gegaan.
Etymologie
*safari betekent oorspronkelijk reis in het Swahili.
Vertalingen
Engelssafari
Franssafari
DuitsSafari
Italiaanssafari
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek