salesiaan
mannelijk (de)/ˌsalez(i)ˈjan/
Wat is de betekenis van salesiaan?
salesiaan betekent: lid van de religieuze congregatie Salesianen van Don Bosco die zich vooral bezighoudt met de opvoeding van kinderen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lid van de religieuze congregatie Salesianen van Don Bosco die zich vooral bezighoudt met de opvoeding van kinderen
Voorbeelden van "salesiaan" in een zin
- In de nacht van dinsdag op woensdag, kort na de aardbeving, slaagde de Raalter pater Salesiaan er voor het eerst in om zelf te bellen met het thuisfront, via zijn broer Herman Boksebeld.
- Simonis spreekt in een reactie over „ontzettend ongelukkige toestanden”. Volgens de kardinaal is hij destijds niet door de leiding van de congregatie van salesianen van Don Bosco gewaarschuwd voor de man: „Als ik dit geweten had, had ik de man niet geïnstalleerd.”
Etymologie
*(eponiem) afgeleid van de heilige
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek