salut

onzijdig (het)/saˈly/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. formeel (formeel) het ga u goed (afscheidsgroet)
    Mijn vader had er niks beters op gevonden dan de afscheidsbrief op te sturen naar een tijdschrift die het integraal publiceerde onder de rubriek ‘Laatste Pasen samen’. Omdat de zelfgeschreven brief zijn enige kopie was en hij te lui was om het opnieuw neer te pennen, liet hij gewoon het tijdschrift achter met op de cover een Post-it: 'zie pag 81, salut.'
  2. verouderd, militair, formeel (verouderd), (militair) of (formeel), groet ter verwelkoming
    Salut! beminnelyke veteran.... ik ben hier wel te Lootenhulle, he?
  3. verouderd (verouderd) heilwens in de aanhef van een officieel bericht
    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, salut!
zelfstandig naamwoord
  1. militair, verouderd (militair) (verouderd) begroeting volgens de regels, rekening houdend met de rang
  2. plechtige begroeting
    Naderbij gekomen, begroetten wij het Nederlandsch eskader, en werden van het vlaggeschip, de Admiraal Evertzen, bedankt, dat door het salut van eene menigte koopvaarders gevolgd werd; en, toen wij nu ten einde van eene zevenmaandsche reize het anker in den grond lieten vallen, salueerden wij de hoofdstad van Neêrlands Indiën.

Etymologie

*van "salut", letterlijk: "heil"