saluut
onzijdig (het)/sɑˈlyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) officiële groetDe militairen brachten een saluut.
tussenwerpsel
- (informeel) (verouderd) het beste! (groet bij een afscheid)
- (verouderd) heil!, gegroet! (heilwens bij welkom of begin van een mededeling)
Etymologie
**: in de betekenis van ‘tussenwerpsel: groet’ aangetroffen vanaf 1866
Uitdrukkingen
- saluut en de kost
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek